Vooraf leest praeses een artikel van mr. N.E. Algra in het Nieuwsblad van het Noorden van maart 1967
Am. IJspeert voelt zich alsof hij van achter de balie spreekt. Hij zou beter iets gezegd kunnen hebben over de verkiezingsuitslag. Desondanks is het hem een eer dit illustere gezelschap te mogen toespreken.
Voor de niet-juristen verduidelijkt mr. E. G. IJspeert enkele begrippen.
a) kantongerecht: overtredingen van strafrecht.
b) rechtbank: misdrijven.
c) 5 gerechtshoven.
d) Hoge Raad (Den Haag)
e) krijgsraden (speciaal).
f) in ontwikkeling: administratieve rechtspraak – b.v. over sociale wetgeving.
g) civiel recht – geschillen tussen burgers onderling (huurkwesties)
“Definitie” van de klassejustitie: men denkt aan rijke en arme man, waarvan de eerste minder straf krijgt voor hetzelfde misdrijf (niet: overtreding). De rechter is rijk en een vriendje van de rijke.
Mr. Algra beweert in zijn artikel dat Nederland een typische klassejustitie heeft.
Dit is niet nieuw. Dergelijke artikelen zijn onsympathiek, hebben vlammende koppen en hebben de toon van volksmenners. Bij zaken als “Tres” en “Provo” moet je niet direkt concluderen dat er klassejustitie aanwezig is.
Een belangrijke vraag is: is er opzet in het spel. Er is een groot spectrum: opzet, oogmerk, bedoeling, zware schuld, lichte schuld, afwezigheid van schuld, waartussen nog gradaties mogelijk zijn zoals: opzet, niet bedoeling, maar wel in de wetenschap van (b.v. auteurswet) of voorwaardelijke opzet.
De kwestie van opzet is vanuit de kranten, zelfs voor juristen moeilijk te beoordelen.
Tres-affaire: [noot: Het studentengezelschap Tres Faciunt Collegium (Tres) was een dispuut van het Utrechtsch Studenten Corps. In 1965 kwam jonkheer David Rutgers van Rozenburg om het leven: de zogenaamde roetkapaffaire]
rechtbank – dood door schuld; geen opzet; ze hadden er geen idee van.
Provo- affaire: [felle reactie van justitie op ludieke acties van Provo]
Wel opzet – rotzooien om te rotzooien.
De zaken worden vaak scheef getrokken, door veel verkeerde publiciteit. Kijk en luister zelf maar eens bij de strafkamers. Er zijn doorlopende voorstellingen.
Bij geldboeten en vrijheidsstraffen is er zelfs helemaal geen sprake van klassejustitie. Hier is het juist andersom: van een kwitantieloper en een bankier, die beiden fraude plegen, wordt de bankier het strengst gestraft.
De conclusie is dus: geen klassejustitie in Nederland.
Bespreking:
Am. Holen vindt dat het mos lijkt te worden, dat hij als eerste iets zegt. Hij doet het dan ook. Het is ook nog een heel moeilijke vraag, want am. IJspeert weet het niet.
Am. Holen: “i, ii, iii, iv.” Bij punt iv van het stencil aangeland vraagt am. Holen wat over een gefortuneerde verdachte.
Am. IJspeert: “Iemand die zit kan een aangewezen advokaat krijgen. Dit gaat per toerbeurt. Het kan dus evengoed een junior of een der duursten zijn. Wil je er een kiezen, dan moet je zelf betalen.”
Am. Mulder: “De politie bekeurt eerder een burger dan een burgemeester. Provo’s worden gearresteerd bij het uitdelen van krenten.”
Am. IJspeert: “Inderdaad, de politieman is vaak een eenvoudige jongen. Hij moet ter plaatse besluiten. Hij kan een hoge man niet aan. Voorstander van lijfstraffen.”
Am. Mulder: “De rechtbank houdt de politie vaak de hand boven het hoofd. Dit geeft een gespannen situatie.”
Am. IJspeert: “Men moet bevelen van de politie opvolgen.”
Fiscus-assessor vertelt dat hij tijdens de feestdagen van de stadhuistrap werd gestuurd en dat daarvoor geen enkele aanleiding bestond.
Am. IJspeert: “De politie was zenuwachtig; bang voor herhaling van Amsterdam . Het publiek is nooit op de hand van de politie.”
Praeses: “Je, jij tegen verdachte van lage afkomst. Is dit geen ‘klassejustitie’ onder het volk?”
Am. IJspeert ergert zich daar aan ook wel. Maar een eenvoudige boer voelt zich verneukt als hij met meneer wordt aangesproken. Het is een kwestie van goed aanvoelen. Ook tegen een kind wordt je en jij gezegd. Echter, dit heeft niets met klassejustitie te maken.
Am. Buikema: “De mensen geloven in het algemeen van wel. Wat is hiervan de oorzaak?”
Am. IJspeert: “Verkeerde publikaties in nieuwsmedia. Hij geeft een voorbeeld: grote koppen – 1½ jaar voor man die …. geëist. Veertien dagen een klein artikeltje met nog kleiner kopje: vrijspraak.”
Am. Buikema: “Kan een voorlichtingsambtenaar bij de pers het wantrouwen in de rechterlijke macht verbeteren?”
Am. IJspeert: “Er bestaat persvrijheid. Men mag bijna van alles schrijven. Mr Algra wil een jury-rechtspraak, zoals uit zijn artikeltjes blijkt. Waarom is dit beter? Zo krijgen we juist klassejustitie zoals in Amerika, waar eerst over de jury wordt geknokt. Hetzelfde gebeurde bij de naoorlogse jury-rechtspraak tegen de N.S.B.ers. Zij kregen allemaal zeer zware straffen (zelfs doodstraf).