Spreker begint met op te merken, dat de Slaven tegenwoordig belangrijk genoeg zijn om hierover te spreken.
Het feit, dat men van de Slaven over ’t algemeen weinig afweet is voor spreker een excuus voor het elementair blijven en onvolledig zijn en in feite alleen maar de geschiedenis van de aardrijkskundige verspreiding door te nemen.
Het Slavisch gebied strekt zich uit van de Noordelijkste punt van Engeland tot het Zuidelijkste van Australië. Het wordt overal bewoond, vormt een gesloten eenheid, die ondanks spanningen geconsolideerd is, en waarheen het centrum van beschaving verlegd werd.
In Moskou worden de historische beslissingen genomen en wij zijn de reactie.
In ons gebied is, in tegenstelling met de Germanen, van de Slaven pas zeer laat in de geschiedenis te spreken. De geschiedenis der Slaven begint met onze jaartelling. Slaven hebben zeer lang een gesloten eenheid gevormd, geïsoleerd levend in de dichte oerwouden van Centraal Polen.
In de eerste eeuwen van onze jaartelling beginnen de Slaven geschiedenis te maken en begint geweldige expansie. Een theorie van Toynbee voert ze als menselijke kudden naar de ontvolkte gebieden van het Romeinse Imperium. Inleider noemt vervolgens de gebieden waar de Slaven zich ophielden gedurende de eerste eeuwen om dan omstreeks 600 zich blijvend te vestigen op het grondgebied van de Balkan, waarna ze ook binnen Griekenland komen en zich vervolgens ook op Kreta vestigden. In het Noorden treffen we aan de zogenaamde Oostzee- en Elbe-Slaven. Verder tussen Deens schiereiland en de Weichsel, het zg. Wendenland of Slavia.
De Germanisering der Slaven werd, volgens spreker, mogelijk door ’t Christendom. Omstreeks 1700 zijn er nog slechts enkelen die Wendisch spreken.
Het Slavische gebied in Duitsland telt nog vele herinneringen aan de oude Slavische tijd. In de Slavistiek deelt men de Slaven in in West- Zuid- en Oostslaven. Tot de Westslaven behoren behalve de Tsjechen en Slowaken de Polen. De Tsjechen hebben volledig meegedaan met de Westerse cultuur en geschiedenis. Zij zijn voor het Westen van beslissend belang geweest.
Volgens spreker bestaat er geen muzikaler volk dan de Tsjechen en Slowaken. Hun volksliederen zijn de mooiste, de beste en ook het meest talrijk.
Tot de Zuidslaven behoren de Bulgaren en Joegoslaven, en tenslotte krijgen we de Oostslaven, waarvan de geschiedenis omstreeks de 8e eeuw begint. Wat deze in de duizend jaren van hun bestaan gepresteerd hebben stelt alles in de schaduw. De geschiedenis der Oostslaven is betekenisvol voor heel Europa, ja heel de wereld, aldus eindigde spreker.
Bespreking:
De discussie over dit onderwerp volgt, waaraan verschillende amici deelnemen en waarin verschillende verwarrende momenten voorkomen.
Am. Poelman vraagt of het uitmunten der Duitsers op muzikaal gebied iets uit te staan heeft met de Slaven.
Am. Kelling merkt op, dat de volksmuziek der Slaven op hoog peil staat. De Tsjechen hebben 7000 volksliederen, wat een schat was voor de Westerse componisten.
Am. Niemeijer beaamt wel, dat in Tsjecho-Slowakije veel volksliederen omgezet zijn door componisten, maar merkt tevens op dat Schubert c.s. geïnspireerd zijn door Italië, terwijl Grieg uitging van Noorse volksliederen.
Am. Wiepkema komt terug op het Russische volksbegrip en bespreekt Dostojewski’s houding tegenover de Slavophielen in verband met Walter Schubart’s : “Johanneïsche mens”. Am. Wiepkema is van oordeel, dat inleider in gebreke gebleven is de kracht van ’t Slavendom ons te tekenen in de wereld van heden. Wat kan ’t Slavendom ons nu nog zeggen en wat voor Christelijke waardering moeten we hebben voor ’t Slavendom?
Am. Kelling meent, dat Schubart in vele opzichten een fantast is. Weet echter niets van Dostojewski. Het Marxisme is later in de Oosterse wereld vanuit het Westen geïmporteerd en de invloed hiervan op het gebied van wetenschap en kunst is ontzettend groot.
Als tenslotte am. Kelling met de stelling komt dat de mens een product is van de economische omstandigheden, beginnen de oren van am. Niemeijer te wapperen. Het uitgangspunt van deze opmerking is, aldus am. Niemeijer, het historisch materialisme in het hele Christendom, ook ’t Calvinisme wordt hiermee getorpedeerd.
Am. Niemeijer vraagt het oordeel van inleider over Schubart’s: “De toekomst van de Europese mens”.
Am. Kelling vindt het een mengeling van zin en onzin.
Am. Niemeijer vraagt dan of Schubart nog leeft. Dit naar aanleiding van een uitlating van am. Kelling, dat hij nog werkte in Zwitserland, terwijl am. Niemeijer meent dat men na de bezetting van Letland niets meer van hem gehoord heeft.
[noot: Walter Schubart werd inderdaad in 1941 in Riga gearresteerd door de GPU en kwam op 15 september 1942 om het leven in een gevangenkamp van de Sovjet Unie in Kazachstan]
Am. Wiepkema merkt op, dat am. Niemeijer thans bezig is stof te zoeken voor de volgende Dies, door nu weer een bok te schieten.