Nadat spreker het Spiritisme gedefinieerd heeft als het contact dat men heeft of meent te hebben met de geesten der gestorvenen noemt hij enkele voorbeelden uit de Bijbel, waar gesproken wordt over het raadplegen der doden. Het bekendste voorbeeld is wel de tovenares te Endor, die door koning Saul wordt geraadpleegd. Volgens spreker is het spiritisme zeer oud en het komt van alle volken.
Het moderne Spiritisme dateert uit de 19e eeuw. Am. Meima vertelt daarop de geschiedenis van de geestesmanifestaties ten huize van de heer Fox in New York. Deze geest vertelde allerlei bijzonderheden over de mogelijkheden om contact met de geesten te verkrijgen en de manier waarop de geesten zich manifesteren.
Spreker behandelde achtereenvolgens de verschillende manifestatievormen zoals direct schrift, transfiguraties, materialisaties, levitaties, telekinese, etc. Vervolgens behandelt spreker de verschillende verklaringen.
In de eerste plaats die van hemzelf. Volgens hem zijn alle verschijnselen te danken aan geesten.
In de tweede plaats de bedrogshypothese. Alle verschijnselen zijn te herleiden tot vormen van bewust of onbewust bedrog.
Ten derde de animistische verklaringswijze. Volgens de aanhangers van deze verklaringswijze schuilen er in de mens nog krachten, waar we nog niet voldoende van weten, b.v. helderziendheid, telepathie. Deze krachten zijn het die de verschijnselen veroorzaken, althans een deel ervan, en voor de vaak zeer juiste mededelingen zorgen.
In de vierde plaats is er dan de demonistische verklaringswijze, die vooral onder de Christenen veel aanhangers vindt. Alle verschijnselen zijn toe te schrijven aan directe of indirecte werking van duivelen.
Spreker weidt dan enkele ogenblikken uit over de houding die wij als Christenen tegenover het Spiritisme moeten aannemen. We zullen daarbij eerst onze Bijbel moeten raadplegen. De Bijbel wijst het Spiritisme radicaal af. Christendom en Spiritisme zijn onverenigbaar, aldus eindigt spreker.
Bespreking:
Am. v.d. Velde vraagt naar de feiten. Welke personen nemen waar bij de proeven en kan men zo plotseling binnen komen tijdens experiment.?
Inleider noemt enkele proeven van spiritisten, doch kan geen verdere verklaringen geven.
De praeses merkt op dat het in het O.T. verboden was de geesten op te roepen. Er komen veel boze geesten voor in de Bijbel.
Am. v.d. Velde meent dat dit slechts een verschil is in terminologie en ook aanduidt een bepaalde ziekte van geest.
Am. Wiepkema merkt op dat de engelen en geesten boven de materie staan en ziet geen principieel verschil tussen genezing door een wonder en het opwippen van een tafel.
De praeses meent in het Spiritisme te moeten zien een zich van mensenkant openstellen aan kwade invloeden. Als ons geloof maar groter was, dan zouden wij ook tot grote dingen in staat zijn.