136 (17 januari 1967) in een bovenzaal van “de Gouden Zweep”
Praeses schraapt zijn keel en leest Ezechiël 34:22-31. Als gebed leest hij 2 verzen van Psalm 33.
Na 4 stemmingen wordt uiteindelijk een nieuw bestuur gekozen, am. R. v.d. Molen, praeses, am. M. A. Hemminga, abactis en Sjastrapowitz, omdat hij meer stemmen had dan am. Berghuis. Maar nadat praeses telepathisch contact heeft gezocht met Sjastrapowitz, blijkt dat deze niet wil en zo wordt am. Berghuis toch nog gekozen als fiscus-assessor.
Klaas Burgler vertoont vervolgens filmpjes, omdat hij zo technisch is.
Daarna wordt in een ingelast punt het nieuwe wapen besproken. Praeses stelt voor een keuze te maken tussen het oude wapen en het nieuwe ontwerp en het gekozene dan als officieel wapen aan te nemen. Het nieuwe wapen zal al onofficieel in de almanak komen.
Sluiting, waarbij de praeses speelt en de rest het IXNAΘON–lied zingt.
137 (2 februari 1967) 20e Dies Natalis en dus 4e lustrum, aanvankelijk in de kelder van “Bij Koos Kerstholt” , daarna in “de Doelen”, later in de eetzaal daar boven.
Praeses opent, leest Psalm 138:1-3,7,8 en als gebed Psalm 107:4.
Installatie van de amici:
Rente Franssens
Jaap Goorhuis
Klaas v.d. Beek
Lezing am. Roelof te Velde over: “Literaire kritiek” (verkort door tijdgebrek); van deze lezing ontbreekt een samenvatting.
De commissie ter beheersing van de wapenmaterie komt bij monde van am. Smit met een ontwerp van IXNAΘON Himself (am. Smit: “Mijn hart sprong op in mij, maar is weer op zijn pootjes terecht gekomen”) . Dan leest am. Smit een verslag voor als motivering van Het ontwerp. Am. Veldhuis vindt het wat te duidelijk en wil er een versluierde foto van laten maken. Praeses wil alles even laten bezinken, het wordt hem wat te veel, maar am. Veldhuis wil met jeugdig enthousiasme meteen handelen. Am. v.d. Molen wil een kleine wijziging, de hengel moet weg en het HAAR moet half in het glas. Praeses stelt voor na lange aarzeling het embleem te aanvaarden en met am. Veldhuis enthousiast te worden.
Praeses leest het geheim voor.
De fiscus-assessor en de abactis houden hun jaarverslagen en vervolgens spreekt de praeses zijn wat pessimistische jaarrede uit . Dan treedt het nieuwe bestuur aan: R.v.d. Molen, praeses, M.A. Hemminga, abactis en W. Berghuis, fiscus-assessor en volgt de troonrede van de praeses.
Omdat we de zaal moeten verlaten slaat praeses de rondvraag over en sluit de vergadering, waarna het IXNAΘON –lied wordt gezongen en ieder zijns weegs gaat.
138 (7 maart 1967) in TV-kamer PNYX
Praeses opent de vergadering en leest vervolgens Romeinen 14:7-12.
Lezing van de heer van Zanten, verslaggever van de “Waarheid”: “De verkiezingsuitslag“.
Installatie van amice Fokko Buurma
Am. K. Schreuder volgt am. R. v.d. Molen op als gnomoloog en wordt bij ontstentenis geïnstalleerd.
Praeses sluit de vergadering waarna het IXNAΘON-lied wordt gezongen.
139 (2 mei 1967) TV-kamer PNYX
Praeses opent de vergadering, leest Romeinen 15: 5-7 en gaat voor in gebed
Lezing Am. G.E. IJspeert over: “Klassejustitie“
Am. Holen praat namens de DNC de amici bij. Bij een opiniepeiling blijkt dat de meeste amici voor een groentijd op voet van gelijkheid zijn
Praeses gaat na de rondvraag over tot sluiting en vol ontroering wordt het IXNAΘON-lied gezongen
140 (23 mei 1967) dispuutskamer PNYX.
Voor de integrale tekst klik hier.
Praeses opent de vergadering, leest 1 Corinthiërs 1:18-26 en gaat voor in gebed.
Voor de integrale tekst van de notulen van deze vergadering klik hier.
Praeses geeft voor de groentijdsdiscussie het woord aan am. Holen, praetor van de DNC.
Het gaat volgens hem om gelijkheid of ongelijkheid.
Hij pleit daarbij voor een ontgroening op voet van ongelijkheid. Een uitgebreide discussie volgt aan de hand van een stuk over de “Groentijd” dat hij schreef na de in zijn ogen onduidelijke discussie in de vorige vergadering.
Uiteindelijk wordt er toch maar gestemd: voor gelijkheid 10, voor ongelijkheid 4.
Met het zingen van het IXNAΘON-lied wordt de vergadering besloten.
141 (14 september 1967) ten schure van J. Vos te Midlaren
Praeses leest een gedeelte uit “De navolging van Jezus Christus” (Thomas à Kempis) en gaat voor in gebed.
De abactis heeft een brief ontvangen van de amici v.d. Werf en Oepkes (I Medici) die in Schotland zijn geweest. Ze hebben daar een monument opgericht. Over de brief die ze geschreven hebben en wat daar al of niet gebeurd zou zijn wordt uitgebreid gespeculeerd en gediscussieerd
Am. Welling leest het door am. te Velde in 1964 opgestelde praegeheim voor.
Praeses sluit de vergadering, waarna uit “groene en rijpe kelen” het IXNAΘON-lied wordt gezongen.
142 (3 oktober 1967) voor het eerst in het nieuwe dispuutshuis Mauritsstraat
Praeses leest na enige vertraging die samenhangt met klachten over de kleding van het bestuur, een deel uit gedichtenbundel van Hugo Claus en gaat voor in gebed.
Lezing door am Freek Koster over: “Ontwikkelingshulp“
Na het zingen van het IXNAΘON-lied sluit praeses de vergadering en wenst de amici wel thuis.
143 (28 en 29 oktober 1967) installatieweekend op de kampeerboerderij van de familie Olthof, Donderseweg 6, te Norg
Praeses slaagt er in ondanks het lawaai de vergadering te openen. Dan wordt het even stil voor Bijbellezing (Mattheüs 4: 22 e.v.) en gebed.
Bij het Norger hunebed worden later op de avond geïnstalleerd de amici:
A. Dijkstra (Ate)
G.A. van Essen (Ted)
H.A.van Esveld (Henk)
W. Oostindiër (Wim)
H. Harmsma (Henk)
H.T. v.d. Kolk (Henk)
H. v.d. Molen (Henk)
H.N.B. Ridderbos (Bernhard)
J. Roosien (Jan)
K.H. Schuur (Klaas)
W.J. Voerman (Wim)
S. Wiersma (Sietse)
Am. Ridderbos, gekozen tot kampkroniekschrijver kan nog geen verslag uitbrengen, omdat hij pas is aangesteld.
Praeses: U laat het er toch niet bij zitten?
Am. Ridderbos: ik laat het er bij zitten.
Am. v.d. Werf wil een ondersteuncommissie en am. van Essen en am. Lageveen worden daarin benoemd. Ze trekken am. Ridderbos om hoog en die zegt: “Hier sta ik, ik kan niet anders; ik moet nu nog beraadslagen.”
Als er geen animo is voor de rondvraag sluit de praeses de vergadering.
Aanwezig waren een ontelbaar aantal amici; diegenen, die niet aanwezig waren bleken afwezig te zijn.